Het Prinses Beatrix Spierfonds volgt de ontwikkelingen rondom het coronavirus op de voet en hanteert de adviezen van het RIVM. Als gezondheidsfonds willen we besmetting en verspreiding van het coronavirus, dat de ziekte COVID-19 kan veroorzaken, zoveel mogelijk tegengaan.

We vragen iedereen zich te houden aan de oproep van de overheid en het RIVM om zoveel mogelijk binnen te blijven. Werk (indien mogelijk) thuis, met name bij (milde) klachten zoals hoesten, niezen en koorts. Vermijd fysiek contact en schud dus geen handen. Was vaak je handen en zit niet te veel aan je neus, ogen en mond. Nies in je ellenboog en gebruik papieren zakdoekjes. Zo helpen we met z’n allen mee om de verspreiding van het virus te beperken.

We vragen iedereen om op elkaar te letten en te helpen waar nodig. De meeste mensen met een spierziekte behoren tot de risicogroep voor het coronavirus. Heb je een spierziekte en last van symptomen die wijzen op het coronavirus? Of heb je vragen? Neem dan contact op met jouw behandelend arts.

Wij hebben alle begrip voor vrijwilligers en actievoerders die op dit moment hun activiteiten moeten staken of uitstellen. We hopen dat deze later in het jaar alsnog kunnen plaatsvinden. Op korte termijn staan geen evenementen gepland die worden georganiseerd door het Spierfonds, of waar wij aan deelnemen. Wij houden je op onze social media en website op de hoogte over de langere termijn. We volgen hierin het standpunt van de patiëntenvereniging Spierziekten Nederland.

Veelgestelde vragen

Is er extra gevaar voor mensen met spierziekte?

Mensen met een spierziekte lijken geen extra risico te lopen om besmet te raken met het coronavirus. Wel zijn ze vaak kwetsbaarder als ze eenmaal besmet zijn. Dat komt omdat het virus de luchtwegen infecteert en bij veel spierziekten de ademhalingsspieren zijn aangedaan. Heb je klachten zoals hoesten, kortademigheid of koorts? Neem dan contact op met je behandeld arts. Heb je andere vragen over het coronavirus en spierziekten? Neem dan contact op met patiëntenvereniging Spierziekten Nederland.

Zijn jullie bereikbaar?

Om besmetting en verspreiding van het virus te voorkomen, werken zoveel mogelijk collega’s thuis. We zijn telefonisch of per e-mail goed bereikbaar. Neem bij vragen of opmerkingen gerust contact met ons op via info@spierfonds.nl of 070-3 607 607.

Gaan de lopende onderzoeken naar spierziekten door?

Om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, werken ook veel onderzoekers op dit moment thuis. Daarnaast zijn sommige onderzoekers zelf betrokken bij de zorg van patiënten met het coronavirus. Dat heeft op dit moment uiteraard prioriteit. Dit betekent dat veel onderzoeken voorlopig stilliggen. Zodra de situatie het weer toelaat, zullen de onderzoekers weer aan de slag gaan.

Gaan geplande bijeenkomsten, evenementen en acties door?

We hebben besloten om bijeenkomsten waar veel mensen (met een spierziekte) op ons initiatief aanwezig zijn, niet door te laten gaan. We volgen hierin de richtlijn van de patiëntenvereniging Spierziekten Nederland.

Gaan evenementen waar het Spierfonds aan meedoet, zoals de Fietselfstedentocht en Veluwe Wandeltocht, door?

Wij houden alle informatie rondom de evenementen waar wij met een team aan deelnemen nauw in de gaten. Op dit moment hebben de organisaties nog geen bericht gegeven dat evenementen worden afgelast of verschoven. Wij houden deelnemers die zich bij ons hebben ingeschreven op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.

Kan mijn actie voor het Spierfonds gewoon door gaan of kan ik een actie voor het Spierfonds starten?

Wij hebben alle begrip voor vrijwilligers en actievoerders die zich niet comfortabel voelen om op dit moment activiteiten te ondernemen om geld in te zamelen voor het Spierfonds. Voor mensen die tot de kwetsbare groepen behoren, zoals bijvoorbeeld mensen met een spierziekte, vinden wij het niet verantwoord om bij een bijeenkomst/actie aanwezig te zijn, of dit zelf te ondernemen en hierdoor een verhoogd risico te lopen. Wel zijn er diverse mogelijkheden om vanuit huis in actie te komen. Zo kun je bijvoorbeeld een online collectebus openen, of ga breien en haken voor het Spierfonds! Neem contact met ons op via actie@spierfonds.nl.

Heb je meer vragen? Neem gerust contact met ons op via info@spierfonds.nl of 070-3 607 607.

Het onderzoek werd uitgevoerd onder leiding van prof. dr. Baziel van Engelen.

Onderzoekers in Nijmegen zijn meer te weten gekomen over de rol van ontsteking bij FSHD. Zo vonden de onderzoekers meerdere afwijkingen bij mensen met FSHD in een eiwit dat een belangrijke rol speelt bij ontsteking. Voor meer onderzoek hebben we jouw hulp nodig.

Doneer nu

Ontstekingen in de spieren

FSHD is een relatief veel voorkomende erfelijke spierziekte. De ziekte kenmerkt zich door spierzwakte in het gezicht, de schouders en de armen. Deze klachten worden veroorzaakt door het DUX4-eiwit. Dit eiwit is schadelijk voor de spieren en wordt hier normaal gesproken dan ook niet aangemaakt. Bij mensen met FSHD gebeurt dit wel. Kenmerkend voor spierweefsel van mensen met FSHD is de aanwezigheid van ontstekingen. Of deze ontstekingen samenhangen met de aanwezigheid van DUX4 is nog niet duidelijk. Ontstekingen kunnen in principe met medicijnen worden behandeld. Daarom willen onderzoekers in Nijmegen meer weten over de rol van ontstekingen bij FSHD.

Meerdere afwijkingen

De Nijmeegse onderzoekers voerden een hele batterij aan experimenten uit, gebruikmakend van bloed en spierweefsel van mensen met FSHD en van controlepersonen. Hiermee hebben ze een tamelijk nieuw terrein in kaart gebracht. De eerste resultaten zijn veelbelovend. Zo vonden de onderzoekers meerdere afwijkingen bij mensen met FSHD in een eiwit dat een belangrijke rol speelt bij ontsteking. Hoe deze afwijkingen bijdragen aan de klachten bij FSHD, zal verder onderzoek moeten uitwijzen.

Meer weten?

Het onderzoek naar FSHD werd uitgevoerd in het Radboudumc onder leiding van prof. dr. Baziel van Engelen en werd gefinancierd door het Prinses Beatrix Spierfonds.

Lees meer over het onderzoek
dr. tom schirris - prinses beatrix spierfonds

Het onderzoek naar mitochondriële myopathie werd uitgevoerd onder leiding van dr. Tom
Schirris.

Het stimuleren van de aanmaak van cholesterol in de cel lijkt een veelbelovende behandeltechniek voor mensen met het Leigh syndroom, een vorm van mitochondriële myopathie. Dat concluderen Nijmeegse onderzoekers. Voor meer onderzoek hebben we jouw hulp nodig. Doneer nu!

Doneer nu

Agressieve moleculen

Mitochondriële myopathie is een groep van erfelijke spierziekten waarbij de energievoorziening van de spieren is verstoord. Dat komt omdat de energiefabriekjes van de cel, de mitochondriën, niet goed werken. Hierdoor worden voedingsstoffen niet goed omgezet in energie en krijgen de spieren te weinig energie om goed te functioneren. De ziekte van Leigh is een zeldzame variant van mitochondriële myopathie die voornamelijk bij kinderen voorkomt. In cellen van mensen met deze ziekte komen agressieve moleculen voor die schade aanrichten aan de cel. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat het stimuleren van de aanmaak van cholesterol in de cellen een mogelijke manier is om deze agressieve moleculen te verwijderen. Dat komt omdat bij de aanmaak van cholesterol stoffen gebruikt worden die nodig zijn bij de vorming van de agressieve moleculen. Gek genoeg kan de aanmaak van cholesterol verhoogd worden, door cholesterol uit de cel te verwijderen. De cel zal hierna vanzelf de aanmaak opschroeven.

Cholesterol als behandeling

Onderzoekers in het Radboudumc toonden aan dat het verwijderen van cholesterol uit cellen van patiënten met het Leigh syndroom inderdaad een gunstig effect heeft op de hoeveelheid agressieve moleculen. Ook in een model voor de ziekte zagen ze gunstige effecten. De onderzoekers testten een grote hoeveelheid bestaande medicijnen, om te kijken of er al medicijnen op de markt zijn die de het verwijderen van cholesterol uit de cel stimuleren. Ze vonden acht medicijnen met deze eigenschap. Deze medicijnen worden momenteel getest in cellen van mensen met het Leigh syndroom.

De onderzoekers concluderen dat het verlagen van de hoeveelheid agressieve moleculen een veelbelovende behandelingsmogelijkheid lijkt voor mensen met het Leigh syndroom. Aanvullend onderzoek zal moeten aantonen of deze strategie verder klinisch ontwikkeld kan worden.

Meer weten?

Het onderzoek naar mitochondriële myopathie werd uitgevoerd in het Radboudumc onder leiding van dr. Tom Schirris en werd gefinancierd door het Prinses Beatrix Spierfonds.

Lees meer over het onderzoek
prof. dr. baziel van engelen - prinses beatrix spierfonds (3)

Het onderzoek naar neuralgische amyotrofie werd uitgevoerd onder leiding van prof. dr.
Baziel van Engelen.

Neuralgische amyotrofie wordt maar bij een klein deel van de mensen veroorzaakt door de bekende erfelijke fout. Dat concluderen Nijmeegse onderzoekers. Dat betekent dat bij de meeste mensen met deze spierziekte de oorzaak nog niet bekend is. Voor meer onderzoek hebben we jouw hulp nodig. Doneer nu!

Doneer nu

Erfelijke en niet-erfelijke vorm

Neuralgische amyotrofie komt jaarlijks bij 400 tot 600 mensen in Nederland voor. Kenmerkend voor deze spierziekte zijn terugkerende aanvallen van pijn, gevolgd door gedeeltelijke of volledige verlamming. De pijn treedt vooral op in de schouders, armen of handen. Het is nog niet precies bekend hoe neuralgische amyotrofie ontstaat. Wel is bekend dat de ziekte spontaan kan ontstaan, maar dat er ook een erfelijke vorm bestaat. Bij deze erfelijke vorm ontstaat de ziekte door een genetische afwijking, een fout in je DNA, die je meestal van een van je ouders krijgt. Voor neuralgische amyotrofie is tot nu toe één ziekte-veroorzakend gen bekend, SEPT9. Maar deze kan niet alle gevallen verklaren.

Zeldzame afwijking

Onderzoekers in het Radboudumc onderzochten bij 52 families met erfelijke neuralgische amyotrofie of de ziekte wordt veroorzaakt door afwijkingen in SEPT9. Dat deden ze met de nieuwste technieken waarmee veel nauwkeuriger naar afwijkingen kan worden gezocht. Maar ook met deze nieuwe technieken vonden de onderzoekers maar bij 3 van de 52 families afwijkingen in SEPT9. Ook bij mensen met de niet-erfelijke vorm zijn afwijkingen in dit gen zeldzaam. Van de 111 onderzochte patiënten, hadden er maar 3 veranderingen in dit gen. En of deze veranderingen ook ziekmakend zijn, is niet bekend.

De onderzoekers concluderen dat afwijkingen in SEPT9 in Nederland maar weinig voorkomen. Daarom hebben de onderzoekers het volledige DNA van 45 mensen met neuralgische amyotrofie gescreend op nieuwe afwijkingen. De resultaten hiervan worden naar verwachting eind 2020 bekend. De onderzoekers hopen hiermee onderzoek nieuwe genen te ontdekken die een rol spelen bij het ontstaan van neuralgische amyotrofie.

Meer weten?

Het onderzoek naar neuralgische amyotrofie werd uitgevoerd in het Radboudumc onder leiding van prof. dr. Baziel van Engelen en werd gefinancierd door het Prinses Beatrix Spierfonds.

Lees meer over het onderzoek
prof. dr. karin faber - prinses beatrix spierfonds (3)

Het onderzoek wordt uitgevoerd onder leiding van prof. dr. Karin Faber.

Er kan een nieuw onderzoek van start! Hierin zal de landelijke patiëntenregistratie myotone dystrofie verder worden uitgebreid. Het Prinses Beatrix Spierfonds gelooft dat wetenschappelijk onderzoek de weg is naar een wereld zonder spierziekten. Voor alle 200.000 mensen met een spierziekte in Nederland. Met wetenschappelijk onderzoek zetten wij de strijd voort. Daar hebben we jouw hulp bij nodig.

Doneer nu

Onderzoek naar medicijnen

Myotone dystrofie is een erfelijke spierziekte die bij ongeveer 2000 mensen in Nederland voorkomt. De ziekte wordt veroorzaakt door een fout in het DNA. Hierdoor wordt een molecuul geproduceerd dat ernstige schade toebrengt aan cellen in de spieren en de hersenen. Er bestaat nog geen medicijn voor myotone dystrofie. Hier wordt wel veel onderzoek naar gedaan, met veelbelovende resultaten. Om het effect van mogelijke medicijnen bij patiënten te kunnen aantonen, is het noodzakelijk om te weten hoe de ziekte zich in de tijd ontwikkeld. En dit moet ook gemeten kunnen worden.

Landelijke registratie

In 2016 is daarom de landelijke patiëntenregistratie myotone dystrofie opgezet. Hierin worden zoveel mogelijk gegevens verzameld over mensen met myotone dystrofie en hun klachten. Dankzij het nieuwe onderzoek kan de registratie verder worden uitgebreid. Daarnaast zullen alle deelnemers voor langere tijd worden gevolgd. Zo krijgen de onderzoekers een beter beeld van het verloop van de ziekte. Dit zorgt ervoor dat Nederland klaar is om mee te kunnen doen met toekomstige studies naar nieuwe medicijnen, wanneer deze beschikbaar komen.

Meer weten?

Het onderzoek naar de landelijke patiëntenregistratie wordt uitgevoerd in het Maastricht UMC+ en Radboudumc, onder leiding van prof. dr. Karin Faber en prof. dr. Baziel van Engelen. Het onderzoek wordt mede mogelijk gemaakt met de opbrengsten van ‘MD de wereld uit!’.

Lees meer over het onderzoek

prof. dr. karin faber - prinses beatrix spierfonds (3)

Voor myotone dystrofie bestaat nog geen medicijn. De meeste behandelingen die nu beschikbaar zijn, zijn gericht op het verlichten van de symptomen van de ziekte. In Nederland en in het buitenland wordt veel onderzoek gedaan naar mogelijke medicijnen voor myotone dystrofie. Sommige medicijnen worden zelfs al bij mensen getest in zogeheten klinische trials. Om goed voorbereid te zijn op trials met mogelijke medicijnen, is het belangrijk om te weten waar de patiënten zich bevinden en hoe de ziekte verloopt. In 2016 is daarom de landelijke patiëntenregistratie myotone dystrofie (MYODRAFT) opgezet.

Doel van het onderzoek

In de patiëntenregistratie zitten inmiddels 300 patiënten. De komende jaren zullen er in totaal 600 patiënten aan gaan deelnemen, die over langere tijd worden gevolgd. Zo wordt een beter beeld gekregen van het verloop van de ziekte en kunnen meetinstrumenten (uitkomstmaten) worden gekozen die deze verandering in de tijd kunnen vastleggen. Dit zorgt ervoor dat Nederland klaar is om mee te kunnen doen met toekomstige studies naar nieuwe medicijnen, wanneer deze beschikbaar komen.

Tussentijdse resultaten

Dit onderzoek zal in de loop van 2020 starten. De eerste resultaten zullen in de loop van 2021 bekend worden.

nieuws - promotie polyneuropathieen - ingrid herraets - prinses beatrix spierfondsOnderzoeker Ingrid Herraets is vorige week gepromoveerd op haar onderzoek naar polyneuropathieën. Hierin toonde ze de meerwaarde van zenuwechografie aan in de diagnose van behandelbare polyneuropathieën. Het onderzoek van dr. Herraets werd mede mogelijk gemaakt door het Prinses Beatrix Spierfonds. Voor meer onderzoek hebben we jouw steun nodig. Help jij mee?

Doneer nu

Juiste diagnose is belangrijk

“Neuropathie is een veelvoorkomende aandoening binnen de neurologie”, zo schrijft dr. Herraets in haar proefschrift ‘The diagnostic value of nerve ultrasound in inflammatory neuropathies’. “Neurologen onderscheiden verschillende vormen. Een juiste diagnose is belangrijk, omdat sommige neuropathieën, zoals multifocale motore neuropathie en CIDP, behandelbaar zijn. Bij de diagnose speelt het geleidingsonderzoek (onderdeel van het EMG) een centrale rol. Hierbij wordt onderzocht hoe snel en in welke mate zenuwen elektrische prikkels kunnen doorgeven. Dit onderzoek duurt lang, is vaak onplezierig en de interpretatie ervan vereist veel expertise die beslist niet in ieder ziekenhuis aanwezig is.”

Een betrouwbare en zeer gevoelige methode

“Een relatief nieuw diagnostisch middel is zenuwechografie. Echografie maakt gebruik van geluidsgolven die niet schadelijk zijn. Met gegevens van een eerder onderzoek door samenwerkende Utrechtse en Tilburgse onderzoekers is een echoprotocol ontwikkeld. Dit echoprotocol is makkelijk uitvoerbaar, kost weinig tijd en kan na een korte training worden toegepast. De waarde van dit echoprotocol is vervolgens getest in een aantal studies. Zo gebruikten we zenuwechografie en EMG naast elkaar bij 100 patiënten die voor het eerst de polikliniek bezochten en bij wie er een verdenking was op een behandelbare neuropathie. In totaal kon bij 38 patiënten een behandelbare polyneuropathie worden vastgesteld, waarvan bij 30 patiënten de diagnose met EMG kon worden gesteld. Doe de toevoeging van echo konden er dus 8 extra patiënten worden gediagnosticeerd.”

“De belangrijkste bevinding in mijn proefschrift is dat zenuwechografie een betrouwbare en zeer gevoelige methode is om zeldzame, maar te behandelen polyneuropathieën op te sporen. Deze techniek kan idealiter naast EMG worden gebruikt. Zenuwechografie als diagnostisch middel is in middels toegevoegd aan de Nederlandse richtlijn voor polyneuropathieën.”

“Ik wil de patiënten, hun families en de controlepersonen danken die hebben deelgenomen aan de studies. Deze bijdrage heeft gezorgd voor alle data en daarnaast heb ik hun enthousiasme en betrokkenheid voor de studies zeer kunnen waarderen.”

Promotie

De promotie van Ingrid Herraets vond plaats op 10 februari aan de Universiteit Utrecht. Het onderzoek van dr. Herraets werd uitgevoerd onder leiding van prof. dr. Leonard van den Berg, prof. dr. Leo Visser en dr. Stephan Goedee, en werd mede gefinancierd door het Prinses Beatrix Spierfonds.

Lees meer over het onderzoek

Het onderzoek naar zenuwechografie werd uitgevoerd onder leiding van dr.
Stephan Goedee.

Een echo van de zenuwen kan helpen bij het stellen van de diagnose polyneuropathie. Dat ontdekten Utrechtse onderzoekers in een net afgerond onderzoek. Daarom worden er nog steeds meer artsen getraind die dit onderzoek kunnen uitvoeren. Voor meer belangrijk onderzoek hebben we jouw hulp nodig. Doneer nu!

Doneer nu

De werking van de zenuwen

Polyneuropathieën zijn spierziekten waarbij de zenuwen in armen en benen beschadigd raken. Hierdoor kunnen mensen last krijgen van veranderingen in het gevoel, brandende of stekende pijn, krimpende spieren en spierzwakte. Het stellen van de juiste diagnose is erg belangrijk, want sommige polyneuropathieën zijn te behandelen. Bij het stellen van de diagnose wordt gekeken naar de symptomen en daarnaast wordt lichamelijk onderzoek gedaan. Dit bestaat meestal uit bloedonderzoek en een EMG (elektromyogram), een onderzoek waarmee de werking van de zenuwen en de spieren kan worden onderzocht.

Een betrouwbare test

Een EMG is een belangrijk onderzoek bij het stellen van diagnose polyneuropathie, maar het is geen prettig onderzoek. Afwijkingen van de zenuwen kunnen ook in beeld worden gebracht met een echo van de zenuwen, een zenuwechografie. Onderzoekers in het UMC Utrecht wilden weten of zenuwechografie gevoelig genoeg is om de verschillende vormen polyneuropathie van elkaar te onderscheiden. Ze kwamen tot de conclusie dat zenuwechografie een betrouwbare test is en een belangrijke aanvulling op het EMG-onderzoek. Mogelijk kan het EMG-onderzoek verkort worden als eerst een zenuwechografie wordt uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek hebben ertoe geleid dat er nu steeds meer artsen en laboranten worden getraind, die naast het EMG ook zenuwechografie kunnen doen.

Meer weten?

Het onderzoek naar zenuwechografie werd uitgevoerd in het UMC Utrecht onder leiding van dr. Stephan Goedee en werd gefinancierd door het Prinses Beatrix Spierfonds.

Lees meer over het onderzoek

Het Prinses Beatrix Spierfonds en Stichting Ziekte van Pompe slaan de handen ineen. En dankzij deze nieuwe samenwerking kan een nieuw onderzoek naar de ziekte van Pompe van start.

“Het is de start van een mooie samenwerking.”

Nieuw onderzoek ziekte van Pompe

De ziekte van Pompe is een van de weinige spierziekten waar een behandeling voor is. In 2006 brachten onderzoekers van het Erasmus MC enzymtherapie op de markt. Een wereldprimeur. Voorheen overleden baby’s met de ziekte van Pompe meestal voor hun eerste verjaardag. Nu worden ze volwassen. Toch heeft de behandeling beperkingen. In het Erasmus MC wordt daarom hard gewerkt aan een alternatieve behandeling, gentherapie.

Voordat deze nieuwe behandeling bij mensen kan worden getest, is het nodig om eerst te weten wat precies het effect is van de huidige behandeling en wat het effect is van de ziekte op de hersenen. In dit nieuwe onderzoek zal dit in kaart worden gebracht. De resultaten van het onderzoek zijn onmisbaar voor de verdere ontwikkeling van gentherapie voor de ziekte van Pompe.

Het onderzoek wordt uitgevoerd in het Erasmus MC onder leiding van dr. Hannerieke van den Hout en prof. dr. Ans van der Ploeg.

Nieuwe samenwerking

Het Prinses Beatrix Spierfonds zet zich in voor alle 200.000 mensen met een spierziekte in Nederland. De Stichting Ziekte van Pompe heeft als doel de zorg, bekendheid en behandeling van de ziekte van Pompe te verbeteren. In een nieuw samenwerkingsverband slaan beide partijen de handen ineen.

“Het is de start van een mooie samenwerking. Samen kunnen we meer mogelijk maken, met een goede hoop op baanbrekende resultaten die voor iedereen met de ziekte Pompe daadwerkelijk verschil maken,” aldus Dimitri Kalaitzis (Voorzitter Stichting Ziekte van Pompe).

Doneer nu        Lees meer over het onderzoek

De ziekte van Pompe is een erfelijke spierziekte die succesvol te behandelen is. Maar deze behandeling slaat helaas niet bij iedereen even goed aan en veel mensen houden last van restverschijnselen. Daarom wordt er hard gewerkt aan een alternatief: gentherapie. Hierbij worden stamcellen bij de patiënt afgenomen, gecorrigeerd in het laboratorium en vervolgens teruggegeven. De eerste resultaten zijn veelbelovend. In een model voor de ziekte werkt deze therapie erg goed voor de spieren en bereikt het ook andere organen zoals de hersenen. Daarnaast heeft gentherapie als voordeel dat het een langdurig resultaat geeft.

Doel van het onderzoek

De onderzoekers in het Erasmus MC willen gentherapie voor de ziekte van Pompe verder ontwikkelen. Maar voordat deze behandeling bij mensen kan worden getest, is het nodig om te weten wat de gevolgen zijn van de ziekte voor de hersenen. En om deze gevolgen te kunnen meten, zodat het effect van de nieuwe behandeling aangetoond kan worden. Dat is het doel van dit onderzoek, waar 120 mensen met de kindervorm van de ziekte van Pompe in Europa aan zullen deelnemen. De resultaten van dit onderzoek zijn onmisbaar voor de verdere ontwikkeling van gentherapie voor de ziekte van Pompe.

Tussentijdse resultaten

Dit onderzoek zal in de loop van 2020 starten. De eerste resultaten zullen in de loop van 2021 bekend worden.