Mariska Janssen is gepromoveerd op haar onderzoek naar Duchenne

07-11-2017

Dr. Mariska Janssen verdedigde op donderdag 2 november succesvol haar proefschrift.

Mariska Janssen is gepromoveerd op haar onderzoek naar de armfunctie bij mensen met de ziekte van Duchenne. Ze verdedigde succesvol haar proefschrift met de titel: “Upper extremity function in Duchenne Muscular Dystrophy”. De promotie vond plaats aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Het onderzoek van dr. Janssen maakte deel uit van het grotere onderzoek naar onzichtbare armondersteuning voor mensen met Duchenne onder leiding van prof. dr. Bart Koopman. Dit onderzoek werd mede gefinancierd door het Prinses Beatrix Spierfonds.

Armfunctie bij Duchenne

De ziekte van Duchenne is een erfelijke aandoening die bij ongeveer 1 op 5000 jongens voorkomt. Als gevolg van de ziekte hebben jongens met Duchenne steeds meer moeite met bewegen, ook van de armen. Het goed kunnen bewegen van de armen is erg belangrijk voor het zelfstandig kunnen uitvoeren van dagelijkse activiteiten. Daarom is men op zoek naar hulpmiddelen die de armfunctie zo goed mogelijk kunnen behouden. Voor het ontwikkelen van deze hulpmiddelen is eerst meer kennis nodig over hoe de armen van jongens en mannen met Duchenne bewegen.

Testen in het bewegingslaboratorium

Dr. Janssen en haar collega’s ontdekten dat de armfunctie van jongens met Duchenne al achteruitgaat als ze nog kunnen lopen. Het gebruik van corticosteroïden en het naar school gaan of werken hangen samen met een betere armfunctie. Scoliose (kromming van de rug), pijn en stijfheid gaan gepaard met een slechtere armfunctie. Uit metingen in het bewegingslaboratorium ontdekten ze dat met name het bewegingsbereik, en niet de spierkracht, bepalend is voor het uitvoeren van dagelijkse activiteiten. Verder ontdekten ze dat de spieren van de schouder het eerst zwakker worden, terwijl de spieren van de onderarm/hand redelijk lang goed blijven functioneren.

De resultaten van het onderzoek van dr. Janssen worden gebruikt voor de ontwikkeling van nieuwe hulpmiddelen, zoals armondersteuners. Daarnaast kunnen artsen met deze informatie beperkingen aan de armen beter vaststellen.

Help mee        Lees meer over het onderzoek