Onderzoek naar biomarkers voor CIDP afgerond

02-05-2019

Het onderzoek naar CIDP werd uitgevoerd onder leiding van dr. Filip
Eftimov.

CIDP kan op verschillende manieren behandeld worden, maar deze behandelingen slaan niet bij iedereen aan. Onderzoekers in Amsterdam ontdekten dat bepaalde afweercellen helaas geen voorspellers zijn voor het effect van de behandeling. Voor meer onderzoek hebben we jouw hulp nodig. Doneer nu!

Doneer nu

Fout in de afweer

CIDP is een spierziekte waarbij mensen in een periode van ongeveer twee maanden verlamd kunnen raken aan armen en benen. Mensen hebben gevoelsstoornissen, pijn en zijn erg vermoeid. CIDP wordt veroorzaakt door een fout in het eigen afweersysteem, waardoor het isolatiemateriaal van de zenuw wordt aangetast. Het is nog niet bekend waardoor het afweersysteem precies geactiveerd wordt. Waarschijnlijk speelt een ‘gewone infectie’ een rol. Er zijn twee goede behandelingen voor CIDP, maar bij een deel van de mensen slaan deze niet aan. Ook hebben beide behandelingen nadelen, zoals bijwerkingen en hoge kosten.

Biomarkers voor CIDP

In het Amsterdamse onderzoek werd gezocht naar kenmerken die het beloop van de ziekte weergeven of kunnen voorspellen met welke behandeling het beste gestart kan worden. Dit worden biomarkers genoemd. Hierbij richtten de onderzoekers zich onder andere op een bepaalde type afweercellen, de T-cellen. Ze ontdekten dat er weinig veranderingen zijn in het aantal T-cellen tijdens verschillende fasen van de ziekte. Deze cellen geven het beloop van de ziekte dus niet weer. Wel vonden de onderzoekers dat bij sommige mensen met CIDP bepaalde bestandsdelen van de zenuwen verhoogd zijn in het bloed. En dat deze waarden dalen na behandeling. Verder onderzoek zal moeten uitwijzen of deze bestandsdelen in het bloed wel het ziektebeloop weerspiegelen, en dus gebruikt kunnen worden als biomarker.

Meer weten?

Het onderzoek werd uitgevoerd in het Amsterdam UMC onder leiding van dr. Filip Eftimov en werd gefinancierd door het Prinses Beatrix Spierfonds.

Lees meer over het onderzoek