OPEN EN TRANSPARANT

Het fonds zet zich in voor iedereen in Nederland die een spierziekte heeft, ruim 200.000 mensen. Dat doet het fonds eerlijk, kostenefficiënt en in alle openheid. Wij zijn dit verplicht aan iedereen die op ons rekent, ons vertrouwt en ons steunt. Ons jaarverslag en onze jaarrekening zijn dan ook voor iedereen toegankelijk.

KEURMERKEN

CBF
cbf keurmerk
Het fonds draagt al vanaf de introductie in 1996 het keurmerk van het Centraal Bureau Fondsenwerving(CBF). Het CBF is een onafhankelijke instelling die sinds 1925 toezicht houdt op deinzameling van geld voor goede doelen. Het CBF wil verantwoorde fondsenwerving en -besteding bevorderen door voorlichting en advies te geven aan overheidsinstanties en publiek. Het CBF keurmerk stelt dat niet meer dan 25% van de baten uit eigen fondsenwerving besteed mag worden aan de kosten voor fondsenwerving. De 25% is een gemiddelde over drie jaar. Die kosten zijn nodig om in werving van nieuwe donateurs en fondsen te investeren, omdat dat veel geld oplevert. Het fonds zit met een kostenpercentage eigen fondsenwerving van 18% in 2014 onder die norm. Lees hier onze verantwoordingsverklaring.

ANBI
De Belastingdienst heeft het Prinses Beatrix Spierfonds aangewezen en geregistreerd als een ANBI: een Algemeen Nut Beogende Instelling. Dit betekent dat je als donateur gebruik kunt maken van belastingvoordeel. En het Prinses Beatrix Spierfonds hoeft bij betaling aan onderzoek en andere activiteiten geen belasting af te dragen.

Standpunt dierproeven

Het Prinses Beatrix Spierfonds is lid van de Samenwer­kende Gezondheidsfondsen (SGF) in Nederland. De 20 gezondheidsfondsen van de SGF hebben een gezamenlijk standpunt over de inzet van dierproeven geformuleerd.

Helaas zijn dierproeven in een deel van het onderzoek naar spierziekten nog onvermijdelijk. Niet voor alle typen van onderzoek bestaan al geschikte alternatieven voor dierproeven. Gelukkig zijn voor het overgrote deel van de onderzoeken geen dieren meer nodig. Daar is de afgelopen tientallen jaren al veel in verbeterd. Waar mogelijk maken onderzoekers als alternatief gebruik van cellen die zijn gekweekt in het laboratorium, computermodellen of proefpersonen. Op dit moment besteedt het fonds gemiddeld 1,5% van het totale onderzoeksbudget aan dierproeven. En we blijven actief bevorderen dat onderzoekers de komende jaren steeds meer alternatieven voor proefdieren vinden.